Belastingvrij sparen in 2026: heffingsvrij vermogen en box 3
Sparen geeft rust. Je bouwt een buffer op, vangt onverwachte kosten op en houdt grip op je geld. Maar zodra je vermogen boven een bepaalde grens komt, betaal je er belasting over in box 3. Op deze pagina lees je hoeveel je belastingvrij mag sparen.
Belangrijkste wijzigingen in 2026
- Het heffingsvrij vermogen stijgt naar € 59.357 per persoon (€ 118.714 met fiscale partner)
- Het belastingtarief in box 3 blijft 36%
- Het voorlopige rendement op spaargeld is 1,28%
- Het rendement op beleggingen en overige bezittingen is 6%
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?
Een vast deel van je vermogen is belastingvrij. Dat heet het heffingsvrij vermogen, ook wel de belastingvrije voet. Onder je vermogen vallen je bezittingen min je schulden, dus je spaargeld, beleggingen en bijvoorbeeld een tweede woning. Blijf je onder de grens, dan betaal je geen vermogensbelasting.
In 2026 mag je tot € 59.357 belastingvrij sparen. Heb je een fiscale partner, dan geldt samen een vrijstelling van € 118.714. Dat is een stijging van ongeveer 3,5% ten opzichte van 2025. Handig om te weten: het kabinet wilde deze vrijstelling eerst verlagen, maar eind 2025 is besloten om hem juist iets te verhogen.
Verdubbelde vrijstelling met een fiscale partner
Heb je het hele jaar een fiscale partner? Dan wordt het heffingsvrij vermogen verdubbeld naar € 118.714. Had je maar een deel van het jaar een fiscale partner? Dan kun je er samen voor kiezen om toch het hele jaar fiscale partners te zijn. Zo profiteer je alsnog van de volledige vrijstelling.
Heffingsvrij vermogen per jaar
| Jaar | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner |
|---|---|---|
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 |
| 2025 | € 57.684 | € 115.368 |
| 2024 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2023 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2022 | € 50.650 | € 101.300 |
| 2021 | € 50.000 | € 100.000 |
| 2020 | € 30.846 | € 61.692 |
Belasting over je spaargeld berekenen (box 3
De Belastingdienst gaat ervan uit dat je vermogen rendement oplevert, bijvoorbeeld rente of dividend. Wanneer jouw vermogen groeit, heb je een positief rendement. Over dit gedeelte betaal je belasting. Maar let op: er wordt niet gekeken naar het daadwerkelijke rendement dat jij hebt behaald. De vermogensrendementsheffing werkt op basis van een zogenoemd fictief rendement of forfaitair rendement. Dit fictief rendement betekent dat de Belastingdienst een aanname maakt over de winst die jij behaalt over je vermogen. Deze overbruggingsregeling geldt naar verwachting tot en met 2027.
Over het berekende rendement betaal je vervolgens 36% belasting. Er zijn drie categorieën:
| Vermogenscategorie | Fictief rendement 2026 |
|---|---|
| Banktegoeden (spaargeld) | 1,28%* |
| Beleggingen en overige bezittingen | 6% |
| Schulden | 2,7%** |
Rekenvoorbeelden: dit betaal je over je spaargeld
Hoeveel belasting je betaalt, hangt af van de hoogte van je spaargeld. In de voorbeelden hieronder gaan we uit van een alleenstaande met alleen spaargeld en het voorlopige rendement van 1,28%.
| Spaargeld | Belastbaar deel (boven € 59.357) | Forfaitair rendement (1,28%) | Belasting (36%) |
|---|---|---|---|
| € 75.000 | € 15.643 | € 200 | ongeveer € 72 |
| € 100.000 | € 40.643 | € 520 | ongeveer € 187 |
| € 150.000 | € 90.643 | € 1.160 | ongeveer € 418 |
| € 200.000 | € 140.643 | € 1.800 | ongeveer € 648 |
Heb je naast spaargeld ook beleggingen of een tweede woning? Dan telt dat mee als overige bezittingen, met een veel hoger rendement van 6%. Je belasting valt dan hoger uit.
Werkelijk rendement doorgeven: de tegenbewijsregeling
Was je werkelijke opbrengst lager dan het forfaitaire rendement? Dan mag je je echte rendement doorgeven met de tegenbewijsregeling. Je betaalt dan 36% over die werkelijke opbrengst. Let op: deze regeling geldt alleen voor spaargeld en schulden, niet voor beleggingen. Ook belangrijk: bij de berekening van je werkelijk rendement heb je géén heffingsvrij vermogen. De Hoge Raad heeft bepaald dat je daar dan geen rekening mee mag houden.
Meer uitleg vind je op de website van de Belastingdienst.
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor toeslagen?
De hoogte van je vermogen kan invloed hebben op bepaalde toeslagen die je ontvangt, zoals de zorgtoeslag. Voor elke toeslag geldt een andere grens. Wij vertellen je hoeveel spaargeld je mag hebben voor bepaalde toeslagen.
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor huurtoeslag?
In 2026 kun je huurtoeslag krijgen als je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger is dan € 38.479. Met een toeslagpartner mag je samen maximaal € 76.958 hebben. Deze grens ligt dus lager dan het heffingsvrij vermogen. Je kunt daardoor belastingvrij sparen en tóch te veel vermogen hebben voor huurtoeslag. Ook het vermogen van medebewoners telt mee.
Hoeveel vermogen mag je hebben voor zorgtoeslag?
Je mag gelukkig flink wat spaargeld hebben zonder dat dit gevolgen heeft voor je zorgtoeslag. In 2026 kun je zorgtoeslag krijgen als je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger is dan € 146.011. Met een toeslagpartner is dat maximaal € 184.633.
Let op: Naast je vermogen kijkt de Belastingdienst ook naar je inkomen. Is je inkomen hoger dan € 40.857 per jaar in 2026? Dan heb je geen recht op zorgtoeslag, ook al ligt je vermogen onder het maximum.
Spaargeld en AOW
De hoogte van je spaargeld heeft geen invloed op je AOW. Die wordt bepaald door hoeveel AOW je hebt opgebouwd en of je alleen woont of samenwoont. Krijg je aanvullende inkomensondersteuning zoals de AIO? Dan telt je vermogen wél mee. Boven een bepaalde grens vervalt het recht op AIO.
Sparen met belastingvoordeel
Kom je boven het heffingsvrij vermogen uit? Dan zijn er manieren om slimmer te sparen en minder belasting te betalen.
Groen sparen
Met groen sparen door middel van een spaarrekening of beleggingen help je mee aan milieuvriendelijke projecten. De overheid wil het investeren in duurzame projecten aanmoedigen en biedt daarom fiscale voordelen voor groen sparen. Beleg je in erkende groene projecten, dan geldt in 2026 een extra vrijstelling van € 26.715 per persoon (€ 53.430 met fiscale partner). Dit bedrag komt bovenop het heffingsvrij vermogen. Goed om te weten: deze regeling wordt de komende jaren afgebouwd en verdwijnt in 2028.
Sparen voor je pensioen
Spaar je voor later via een lijfrenterekening (of pensioensparen), dan valt dat geld niet in box 3. Je betaalt er dus geen vermogensbelasting over. Vaak mag je de inleg ook aftrekken van je belastbaar inkomen via je jaarruimte. Zo zet je extra geld opzij voor later en profiteer je nu al van belastingvoordeel.
Spaargeld verdelen met je fiscale partner
Heb je een fiscale partner? Dan kun je je spaargeld verdelen om samen onder de grens van € 118.714 te blijven. Zo benut je de volledige vrijstelling van jullie beiden.
Belastingvrij schenken
Wil je vermogen overdragen én je box 3-vermogen verlagen? Dan kan schenken een slimme zet zijn. In 2026 mag je je kind € 6.908 per jaar belastingvrij schenken. Aan iemand anders, zoals een kleinkind, is dat € 2.769 per jaar. Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar bestaat daarnaast een eenmalige verhoogde vrijstelling van € 33.129 (vrij te besteden) of € 69.009 (voor een dure studie). Schenk je binnen deze bedragen, dan betaalt de ontvanger geen schenkbelasting.
Haal meer uit je spaargeld
Belasting is maar één kant van sparen. De andere kant is je rente. Juist omdat spaargeld in box 3 licht wordt belast, telt elk tiende procent rente mee. Spaarrentes verschillen per bank en veranderen regelmatig. Even je spaarrekening vergelijken en overstappen kan je zonder extra risico meer opleveren. Op onze pagina over spaarrente vergelijken zie je snel waar je nu de meeste rente krijgt.
Ajay Gajadien is Financieel Expert bij Overstappen.nl en heeft ruim 18 jaar ervaring in de financiële dienstverlening. Als erkend financieel adviseur en erkend hypothecair planner heeft hij een brede expertise in kredieten, hypotheken en schade- en levensverzekeringen.
Veelgestelde vragen
Is je vraag nog niet beantwoord?
Bekijk dan onze veelgestelde vragen of neem contact op met onze klantenservice. Ze helpen je graag!