De ACM heeft de maximale warmtetarieven voor 2026 vastgesteld, waarbij het variabele tarief daalt en de vaste kosten stijgen, wat voor gemiddelde verbruikers een kleine besparing oplevert maar voor zuinige huishoudens juist duurder uitpakt.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft de maximale tarieven voor warmte in 2026 vastgesteld. Het variabele tarief daalt naar maximaal € 40,97 per GJ, ten opzichte van € 43,79 in 2025. Dat is een daling van bijna 7%. Tegelijkertijd stijgen de vaste kosten van warmtelevering tot maximaal € 827,91 per jaar, tegenover € 760,77 nu. Dat is een stijging van bijna 9%.
Warmteleverancier kiezen niet mogelijk
Huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet kunnen niet zelf kiezen van welke leverancier ze warmte afnemen. Om te voorkomen dat consumenten te veel betalen, stelt de ACM elk jaar een maximumtarief vast. Warmteleveranciers mogen dit maximale tarief alleen vragen als dat nodig is om een redelijk rendement te behalen en hun diensten goed uit te voeren. Juist omdat consumenten niet kunnen switchen, wil de ACM voorkomen dat mensen te veel betalen.
Huishoudens
Door de nieuwe tarieven betaalt een gemiddeld huishouden met een verbruik van 25 GJ per jaar tot € 3,34 minder warmte. Dat is omgerekend grofweg 710 m3 gas. Voor huishoudens met een heel laag verbruik kan het juist duurder worden: een huishouden met een verbruik van 5 GJ (zo’n 142 m3) betaalt volgend jaar maximaal € 53,04 meer.
ACM bepaalt elk jaar het maximumtarief
Nieuwe Warmtewet (WCW) op komst
De Eerste Kamer gaat binnenkort stemmen over het Wetsvoorstel Collectieve Warmte (WCW). Met deze wet wordt het “niet-meer-dan-anders-principe” stapsgewijs losgelaten. Vanaf 1 januari 2027 worden de warmtetarieven in eerste instantie nog volgens het huidige principe vastgesteld, maar daarna gaat dit gebeuren op basis van de werkelijke kosten van leveranciers. Hoe dat er precies uit komt te zien, is nog niet bekend.
Reacties