Wat heeft je hond of kat nodig om naar het buitenland te reizen?
Reis je binnen de EU, dan heeft je hond of kat drie dingen nodig: een chip, een Europees dierenpaspoort en een geldige rabiësvaccinatie. Volgens de NVWA gelden die eisen voor honden en katten allebei, dus ook je kat kan niet zomaar zonder paspoort mee.
Chip en paspoort
De chip en het paspoort horen bij elkaar, maar zijn niet hetzelfde. De chip is de identificatie van je dier: een klein chipje onder de huid met een uniek nummer, zodat vaststaat dat het paspoort echt bij jouw hond of kat hoort. Het Europees dierenpaspoort is het reisdocument zelf, met daarin het chipnummer en de datum van de rabiësvaccinatie. Je vraagt het aan bij je dierenarts, en dat kan alleen bij een dierenarts binnen de EU. Voor vertrek lamineert de dierenarts de belangrijkste pagina’s, zodat het chipnummer en de vaccinatiegegevens niet meer te wijzigen zijn.
Rabiësvaccinatie
Een geldige rabiësvaccinatie is altijd verplicht, waar je ook naartoe reist. Binnen de EU geldt daarbij een belangrijke voorwaarde: de prik moet minstens 21 dagen voor vertrek zijn gezet. Die drie weken heeft het vaccin nodig om goed te werken, en pas daarna telt de vaccinatie mee voor je reis. Reis je naar een land buiten de EU, dan willen sommige landen dat de prik nog eerder is gezet. Ben je te laat met prikken, dan kun je dus niet weg. Een rabiësvaccinatie is daarna 1 tot 3 jaar geldig, afhankelijk van het vaccin. Voor reizen binnen de EU geldt een vaccinatie maximaal 3 jaar, op voorwaarde dat je de herhaalprik op tijd laat zetten. De precieze datum staat in het paspoort. Check die voordat je een reis boekt, en let erop dat de vaccinatie ook op de terugreis nog geldig is.
Worden de vaccinaties en chip vergoed?
De rabiësvaccinatie en de chip zijn preventieve kosten. Bij de meeste dierenverzekeringen vallen die niet onder de basisdekking. Die basis is namelijk bedoeld voor onverwachte medische kosten, zoals een operatie of een behandeling na ziekte.
Wil je toch een vergoeding voor vaccinaties, dan kan dat vaak met een aanvullende dekking. Niet elke verzekeraar biedt die aan, en de voorwaarden verschillen per aanbieder. Maar een enkele verzekeraar vergoedt de chip, en dan meestal alleen het plaatsen ervan. Het dierenpaspoort zelf en het bezoek aan de dierenarts betaal je altijd zelf.
Let op: vaccinaties zijn voorziene kosten. Een verzekeraar rekent die over de looptijd door in je premie. Zo’n aanvullende dekking betaal je dus voor een groot deel zelf terug. Reken daarom uit of het je echt iets oplevert, of dat je die kosten beter zelf kunt dragen.
Binnen de EU ben je met de chip, het paspoort en de rabiësvaccinatie klaar. Reis je naar een land buiten de EU, dan komt er meer bij kijken. Verderop op deze pagina lees je wat er dan extra nodig is.
Vanaf welke leeftijd mag je hond of kat mee op reis?
Je hond of kat mag mee op reis vanaf ongeveer 15 weken oud. Dat komt door de rabiësvaccinatie: die mag pas vanaf 12 weken worden gezet, en daarna geldt nog een wachttijd van 21 dagen voordat je dier mag reizen. Tel je dat op, dan kom je uit op een minimumleeftijd van zo’n 15 weken.
Een puppy of kitten van jonger dan 12 weken is nog te jong voor de vaccinatie en mag daardoor meestal niet mee naar het buitenland. Wil je met een jong dier op reis, plan de vaccinatie dan op tijd in bij je dierenarts.
Gelden er extra regels per land?
De basischecklist is overal in de EU hetzelfde, maar sommige landen stellen daarbovenop een extra eis. Wat er precies bij komt kijken, hangt af van je bestemming, en vooral van of die binnen of buiten de EU ligt.
Naar een EU-land
Binnen de EU is de basis (chip, paspoort, rabiës) meestal genoeg. Toch hebben een paar landen een extra eis, en die verschilt per bestemming.
Twee extra eisen komen het vaakst voor. Reis je met een hond naar Finland, Ierland, Malta of Noorwegen, dan is een behandeling tegen lintworm door de dierenarts verplicht. Voor katten geldt die eis niet. Daarnaast gelden er in sommige landen regels voor bepaalde hondenrassen. Een pitbull mag veel landen niet in, en Frankrijk weert bijvoorbeeld kruisingen van rassen als de American Staffordshire Terrier, de Tosa en de Rottweiler.
Omdat de eisen per land verschillen en kunnen veranderen, check je ze het beste vlak voor vertrek. Het LICG houdt hiervan een actueel overzicht per land bij.
Naar een land buiten de EU
Ga je met je hond of kat naar een land buiten de EU, dan is de voorbereiding een stuk meer werk. Begin daar ruim op tijd mee, want soms ben je er maanden mee bezig.
Bovenop de chip, het paspoort en de rabiësvaccinatie kan een bloedtest nodig zijn. Die toont aan dat de rabiësvaccinatie goed is aangeslagen, en veel landen buiten de EU eisen zo’n test. Laat die wel doen voordat je uit Nederland vertrekt. Doe je het pas in het buitenland, dan geldt vaak nog een wachttijd van drie maanden voordat je dier weer terug mag. Sommige landen vragen bovendien een gezondheidscertificaat, dat je via een afspraak bij de NVWA laat regelen.
Net als de vaccinaties is de bloedtest een preventieve kost. Bij de meeste dierenverzekeringen valt die daarom buiten de basisdekking. De meeste verzekeraars vergoeden een bloedtest wel via een aanvullende dekking voor vaccinatie of preventieve zorg. Meestal geldt dan een maximumbedrag per jaar. Check je polisvoorwaarden onder die aanvullende dekking, dan weet je of jouw reistest eronder valt. Het gezondheidscertificaat en het bezoek aan de dierenarts betaal je zelf.
Denk ook nu al aan de terugreis. Je hond of kat mag de EU alleen weer binnenkomen via speciaal aangewezen grensposten, waar je je meldt bij de douane. Voldoet je dier daar niet aan de eisen, bijvoorbeeld door een verlopen vaccinatie, dan kan het in quarantaine moeten of zelfs terug naar het land van vertrek. Een enkel land, zoals Australië, heeft daarnaast extra eisen bij terugkomst.
De stappen verschillen sterk per bestemming en veranderen regelmatig. De NVWA beschrijft per situatie wat je precies moet regelen, inclusief de bloedtest en het eventuele certificaat.
Is je huisdier verzekerd in het buitenland?
Of je hond of kat in het buitenland verzekerd is, hangt af van je dierenverzekering en het pakket dat je hebt. Bij de meeste dierenverzekeringen geldt de dekking in Nederland, en ben je in het buitenland pas gedekt als je een reisdekking hebt. Hieronder lees je precies hoe het zit, eerst via je dierenverzekering en daarna via je reisverzekering.
Via je dierenverzekering
Bij de meeste dierenverzekeringen geldt de basisdekking alleen in Nederland. In het buitenland ben je pas gedekt als je de aanvullende reisdekking hebt afgesloten. Die zorgt ervoor dat noodzakelijke dierenartskosten ook in het buitenland vergoed worden, bijvoorbeeld als je hond of kat op reis ziek wordt of een ongeluk krijgt. Bij sommige verzekeraars zit die buitenlanddekking standaard in het pakket, bij andere sluit je ‘m los bij.
Of en hoe je in het buitenland gedekt bent, verschilt per aanbieder. Let daarom op drie dingen:
- Dekkingsgebied: geldt de dekking wereldwijd of alleen in (een deel van) Europa?
- Maximumbedrag: vaak zit er een plafond aan wat je in het buitenland vergoed krijgt.
- Standaard of aanvullend: zit buitenlanddekking al in je pakket, of moet je die eerst bijsluiten?
Via je reisverzekering
Is je huisdier niet via je dierenverzekering in het buitenland gedekt, dan biedt je eigen reisverzekering soms uitkomst, maar verwacht er niet te veel van. Een reisverzekering is er in de eerste plaats voor jou als reiziger. Een deel van de reisverzekeraars, zoals bijvoorbeeld ANWB en OHRA, vergoedt ook de dierenartskosten van een meereizende hond of kat. Dat zit soms in het standaardpakket en soms in een uitgebreider pakket. Meestal geldt dan een maximale vergoeding, vaak tot een paar honderd euro per reis (bijvoorbeeld € 150,- of € 300,-). Genoeg voor een klein ongelukje dus, niet voor een dure operatie.
Er is nog een punt waar veel mensen niet aan denken: sommige reis- of annuleringsverzekeringen vergoeden het annuleren van je reis als je hond of kat vlak voor vertrek ernstig ziek wordt of overlijdt. Dat dekt dus niet de dierenartskosten op reis, maar wel de reiskosten die je misloopt.
Voor echte, ruimere dekking van dierenartskosten in het buitenland is de reisdekking van je dierenverzekering dus meestal de logische keuze. Je reisverzekering is hooguit een aanvulling.
Wat als je huisdier schade veroorzaakt in het buitenland?
Ook op reis kan je hond of kat schade veroorzaken. Denk aan een hond die iemand bijt of een aanrijding veroorzaakt. Zulke schade valt niet onder je dierenverzekering. Een dierenverzekering dekt de medische kosten van je eigen dier, terwijl schade die je dier bij een ander aanricht onder een aansprakelijkheidsverzekering valt. Dat zijn dus twee verschillende verzekeringen, en mensen halen ze snel door elkaar.
In veel gevallen dekt je aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) de schade die je huisdier bij anderen aanricht, ook in het buitenland. Check voor vertrek je polisvoorwaarden, zodat je weet of je in het buitenland gedekt bent en tot welk bedrag.
Let ook op de regels van je bestemming zelf. Sommige landen stellen een aansprakelijkheidsverzekering voor je hond zelfs verplicht. Reis je naar zo’n land, dan wil je dit van tevoren geregeld hebben.