De energiemarkt in 2026: de stand van zaken
Op de Nederlandse energiemarkt komen vraag en aanbod van stroom en gas bij elkaar. Producenten wekken energie op, leveranciers kopen die in en verkopen die aan jou. Systeembeheerders zorgen dat de energie bij je thuis komt.
Die markt ziet er nu heel anders uit dan tien jaar geleden. Nederland importeert haar gas in plaats van het zelf op te pompen. Ongeveer de helft van onze stroom komt uit wind en zon. En je kunt kiezen uit meer contractvormen dan ooit.
Wat de markt vooral kenmerkt in 2026: onrust. De gasprijs reageert op vrijwel elk nieuwsbericht uit het Midden-Oosten. Wil je weten wat de prijzen vandaag doen? Kijk dan op onze pagina’s over de gasprijs en de stroomprijs.
1998 tot 2004: zo werd de energiemarkt vrijgegeven
Vroeger had je geen keuze. Zogenaamde regionale nutsbedrijven leverden de stroom en het gas in hun eigen gebied, en die bedrijven waren van de overheid.
Dat veranderde op aandringen van de Europese Unie. Met de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet begon Nederland aan de liberalisering van de energiemarkt. Grootverbruikers mochten als eerste zelf kiezen. Vanaf 1 juli 2001 kregen huishoudens die keuze voor groene stroom.
Op 1 juli 2004 werd de energiemarkt volledig vrijgegeven. Sindsdien kies je zelf bij welke leverancier je stroom en gas afneemt. Dat is de vrije energiemarkt zoals we die nu kennen.
2004 tot 2020: meer keuze, lagere prijzen
Na 2004 kwamen er veel leveranciers bij. Zij daagden de oude nutsbedrijven uit met lagere tarieven en kortingen. Vergelijkingssites maakten die verschillen zichtbaar, waardoor overstappen normaal werd.
Het effect was goed te zien. De traditionele leveranciers verloren marktaandeel en het aantal overstappers groeide jaar na jaar. Volgens de ACM stapte in 2020 en 2021 ruim een kwart van alle huishoudens over van leverancier.
De prijzen bleven in die jaren laag en redelijk voorspelbaar. De gasprijs op de beurs schommelde tussen de € 15 en € 20 per megawattuur. Een vast contract van één of drie jaar was de standaardkeuze en voelde nauwelijks als een gok.
2021 en 2022: de energiecrisis
In het najaar van 2021 liep de gasprijs op. In 2020 zakte de vraag naar gas in door corona, maar in 2021 kroop die weer terug naar het oude niveau. Daarnaast waren de Europese gasvoorraden laag en Rusland leverde minder. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, ging het pas echt hard.
In augustus 2022 piekte de gasprijs op de TTF-beurs boven de € 300 per megawattuur. Dat is ruim 15 keer het niveau van voor de crisis. Huishoudens met een variabel contract zagen hun maandbedrag verdubbelen of zelfs meer.
Leveranciers vielen om
De crisis legde een zwakke plek in de markt bloot. Leveranciers die hun energie niet vooraf hadden ingekocht, konden de hoge prijzen niet dragen. De ACM trok de leveringsvergunning in van onder andere Welkom Energie, Enstroga, Anode en Fenor.
Klanten van die leveranciers raakten hun korting kwijt en soms ook het bedrag dat ze te veel hadden betaald. Sindsdien let de ACM scherper op de financiële positie van leveranciers.
Vaste contracten verdwenen tijdelijk uit de markt
Iets anders wat opviel: vaste contracten waren maandenlang niet te krijgen. Leveranciers durfden geen prijs voor een jaar vast te leggen. Wie in die periode moest overstappen, kwam vrijwel automatisch in een variabel contract terecht.
De overheid greep in met een prijsplafond voor 2023. Daarmee ving de staat een deel van de rekening op. De maatregel kostte miljarden en verdween weer toen de prijzen daalden.
2023 en 2024: het Groningenveld ging dicht
Tegelijk met de crisis speelde er iets anders. Nederland was decennialang een gasland, met het Groningenveld als motor. Na jaren van aardbevingen en schade besloot het kabinet daarmee te stoppen. Op 1 oktober 2023 stopte de gaswinning uit het Groningenveld, na zestig jaar. Op 19 april 2024 ging het veld definitief dicht.
Voor de energiemarkt was dat een omslag. Waar Nederland eerst twee keer zoveel gas produceerde als het verbruikte, importeren we nu het grootste deel. Dat gas komt per schip als lng en via pijpleidingen uit onder andere Noorwegen. Daardoor zijn we gevoeliger geworden voor gebeurtenissen ver van huis.
Het gasverbruik daalde overigens ook. In 2022 gebruikte Nederland ongeveer een kwart minder gas dan het jaar ervoor, door besparen bij huishoudens en bij de industrie.
2023 tot 2025: groene stroom verandert de prijsvorming
Terwijl het gas uit beeld verdween, kwam er iets anders voor in de plaats. De grootste verandering op de energiemarkt is niet de prijs, maar de bron. Nederland draaide decennialang op eigen gas en op kolen. Inmiddels komt ongeveer de helft van onze stroom uit wind en zon.
Die omslag ging snel. In 2025 wekte Nederland ongeveer 128 terawattuur aan stroom op. Zon en wind waren samen goed voor zo’n 48 procent daarvan. Tel je biomassa mee, dan komt het aandeel duurzaam op ongeveer 52 procent. Zonnestroom alleen leverde 27 terawattuur, tegenover 22 terawattuur in 2024.
Ook breder gaat het hard. Volgens het CBS kwam in 2025 22,7 procent van al onze energie uit hernieuwbare bronnen. Een jaar eerder was dat 20,2 procent. Van alle EU-landen steeg dat aandeel in Nederland de afgelopen vijf jaar het hardst.
Voor de markt heeft dat twee grote gevolgen. De prijs beweegt anders dan vroeger, en het stroomnet loopt tegen zijn grenzen aan.
Groene stroom drukt de prijs steeds vaker onder nul
Wind en zon hebben geen brandstofprijs. Schijnt de zon fel en waait het hard, dan is er soms meer stroom dan vraag. Dan zakt de prijs onder nul. Zo’n negatieve stroomprijs was ooit een uitzondering. Nu is het een vast onderdeel van de markt geworden. De meeste negatieve uren vallen tussen 11.00 en 16.00 uur, precies wanneer zonnepanelen op volle kracht draaien.
Het omgekeerde gebeurt ook. Valt de wind weg en schijnt de zon niet, dan zijn gascentrales nodig en schiet de prijs omhoog. Het aantal uren met een prijs boven € 200 per megawattuur steeg van 98 in 2024 naar 127 in 2025.
Producenten reageren er ook op. In 2022 schakelden wind- en zonneparken 88 gigawattuur af omdat de prijs te laag was. In 2025 was dat meer dan 1.000 gigawattuur.
Netcongestie: stroomnet loopt tegen zijn grenzen aan
Het net is niet meegegroeid met alle zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s. Op veel plekken is er geen ruimte meer om aan te sluiten. Dat heet netcongestie. Systeembeheerders lossen die drukte op met congestiemanagement. Ze betalen partijen om op piekmomenten minder te leveren of minder te gebruiken. TenneT gaf daar in 2025 zo’n 132 miljoen euro aan uit.
Netcongestie remt ook de verduurzaming zelf. Groene stroom die niet weg kan, wordt afgeschakeld. Daardoor lag het aandeel duurzame stroom in 2025 lager dan technisch mogelijk was. Voor jou als huishouden is netcongestie meestal geen probleem bij het overstappen. Het speelt vooral bij nieuwe of zwaardere aansluitingen. Meer daarover lees je op onze pagina over de systeembeheerder.
2024 tot 2026: het dynamisch contract breekt door
Al die prijsschommelingen maakten een nieuwe contractvorm interessant. Lang had je op de energiemarkt alleen de keuze tussen vast en variabel. Daar kwam in 2018 het dynamische contract bij, en dat groeit de laatste jaren hard. Bij een dynamisch contract betaal je de actuele marktprijs. Voor stroom verandert die per kwartier, voor gas per dag. Kun je je verbruik verschuiven naar de goedkope momenten, dan is dat interessant.
Sinds 1 januari 2026 zijn energieleveranciers met meer dan 200.000 klanten verplicht om een dynamisch contract aan te bieden op basis van de nieuwe Energiewet. Voor kleinere leveranciers geldt een latere datum. Daarnaast is er sinds 2026 ook het hybride energiecontract. Daarbij zet je je gasprijs vast en volgt je stroomprijs de markt.
2025 en 2026: de prijs beweegt mee met het nieuws
Na de piek van 2022 zakten de prijzen weer. In december 2025 kwam de gasprijs op € 26 per megawattuur, het laagste punt in vier jaar. Even leek de rust terug.
Dat duurde niet lang. Begin maart 2026 escaleerde het conflict rond Iran. De Straat van Hormuz werd vrijwel onbegaanbaar en de gastoevoer uit het Midden-Oosten viel weg. De gasprijs schoot naar het hoogste niveau sinds 2023.
Sindsdien beweegt de prijs op en neer met het nieuws. Op 24 augustus 2026 raakte de TTF-gasprijs een jaarrecord van € 68 per megawattuur.
De ontwikkeling van de energiemarkt op een rij
Wat verandert er in 2026 en 2027?
De energiemarkt staat de komende jaren nog wat wijzigingen te wachten. Drie dingen om rekening mee te houden:
De nieuwe Energiewet
Op 1 januari 2026 trad de nieuwe Energiewet in werking. Die vervangt de oude Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Je netbeheerder heet nu officieel systeembeheerder en de netbeheerkosten heten systeembeheerkosten.
Er is geen nieuwe kostenpost bij gekomen. De wet regelt vooral je rechten rond je gegevens, delen van energie en de contracten die leveranciers moeten aanbieden.
Het einde van de salderingsregeling
Per 1 januari 2027 verdwijnt de salderingsregeling voor zonnepanelen. Vanaf 2027 krijg je een vergoeding voor de stroom die je teruglevert, en die verschilt per leverancier.
Dat maakt het vergelijken belangrijker als je zonnepanelen hebt. Wij verwachten dat meer huishoudens dan kiezen voor een dynamisch contract of een thuisbatterij.
Nieuwe heffingen op gas
Vanaf 2027 komen er nieuwe kosten aan op de gasmarkt: de Europese CO2-heffing ETS2 en de bijmengverplichting voor groen gas. Die maken gas duurder. Heb je nu een vast contract, dan mag je leverancier die kosten niet doorberekenen.
Concurrentie op de energiemarkt
De concurrentie op de energiemarkt is groter dan ooit. In Nederland hebben 52 leveranciers een vergunning van de ACM om stroom en gas te leveren aan huishoudens en andere kleine aansluitingen. Zo zijn er traditionele leveranciers en producenten, de volledige digitale leverancier en de prijsvechters.
De verschillen tussen die leveranciers zijn groot. Bij hetzelfde verbruik kan de jaarprijs honderden euro’s uiteenlopen. Daarom loont het om te vergelijken voordat je een nieuw contract afsluit.
Wie houdt toezicht op de energiemarkt?
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is de toezichthouder op de energiemarkt. De ACM geeft de leveringsvergunningen uit en kan die ook weer intrekken. Zonder vergunning mag een leverancier geen stroom en gas leveren aan huishoudens. De ACM doet meer dan vergunningen verstrekken:
- De tarieven van systeembeheerders vaststellen;
- De financiële positie van leveranciers in de gaten houden;
- Controleren of leveranciers zich aan de regels houden;
Maandelijks de markt beschrijven in de Energiemonitor.
Dat toezicht is na de crisis strenger geworden. In augustus 2026 maakte de ACM duidelijk dat leveranciers de prijs van een vast contract niet zomaar mogen verhogen. Ook niet als er nieuwe heffingen voor groen gas bij komen. Een vast contract is dus echt vast.
Naast de ACM spelen ook Gasunie en TenneT een rol, en houdt Staatstoezicht op de Mijnen de winning in de gaten.